ENOSTOSIS ( Groeipijnen )

ENOSTOSIS ( GROEIPIJNEN )

Enostosis
(PANOSTITIS EOSINOFYLICA)

Enostosis, ook wel panostitis eosinofylica genoemd, is een aandoening van het bot en oorzaak van kreupelheid bij honden in de groeifase.
De ontsteking komt voor in de lange beenderen en wel in het middengedeelte van het bot, de diafyse. Het wordt in de volksmond ook wel "groeipijn” genoemd, dit in vergelijking met de groeipijn bij kinderen. Dit is geen juiste vergelijking, omdat bij kinderen die pijn meer uitgaat van de groeischijven (epifyse) aan de uiteinde van de botten.

Enostosis komt veel voor bij middelgrote en grote rassen en wel op de leeftijd tussen 4 en 24 maanden. Met name de lange beenderen, zoals opperarmbeen, spaakbeen, dijbeen en scheenbeen vertonen klachten.
 

    Rechter bovenarm/elleboog

Wat is nu de oorzaak van die pijn in het bot?

Beenderen worden gevoed door bloed, dat door in- en uittredende bloedvaten aan- en afgevoerd wordt via een opening in het bot. In de genoemde groeifase van de hond blijft de groei van deze opening in het bot soms achter bij de groei van de bloedvaten. Hierdoor is de doorsnede van de opening relatief te klein voor de bloedvaten die er doorheen lopen, waardoor de bloedvaten enigszins afgekneld worden. De slagader die het bloed aanvoert heeft een sterkere, meer bespierde wand dan de ader die het bloed weer afvoert. Hierdoor wordt de slagader in staat gesteld meer bloed in het bot te brengen dan er door de ader wordt afgevoerd en ontstaat er stuwing van bloed in het bot, waardoor zich oedeem (vocht) ophoopt. Dit is zeer pijnlijk, vooral als het zich onder het beenvlies (periost) bevindt.
Naast het ontstaan van oedeem kan er ook fibrine (stollingseiwit) in het beenmerg neerslaan. Dit geeft een vlekkerig beeld op de röntgenfoto. In een chronisch stadium kan de fibrine ook nog verbindweefselen. Hierin kan ook kalk worden afgezet, zichtbaar als witte vlekken, vooral rond de opening waar het vat door het bot dringt. Ook kunnen virussen een rol spelen bij het ontstaan van Enostosis.
Symptomen
Ogenschijnlijk gezonde, vaak snelgroeiende honden zijn plotseling al of niet zonder aanleiding kreupel. De kreupelheid vertoont, doordat het een systeemaandoening is, een wisselend karakter: dan eens links voor, dan weer rechts voor. Meestal manifesteert de kreupelheid zich in de voorbenen, maar mogelijk ook in de achterbenen. Vaak blijken de honden een snelle groeifase doorgemaakt te hebben.

Diagnose
Palpatie (het uitoefenen van druk op het bot) en het met de vingers wat doortastend drukken tussen de spiergroepen tot op het bot, geeft veel heftige pijnreacties ("crying out”, wegtrekken van het been, soms zelfs bijtreacties). Het losjes bewegen van het schoudergewricht (boegkreupelheid) en van het ellebooggewricht (elleboogkreupelheid) blijkt niet pijnlijk te zijn. Bij röntgenonderzoek blijkt dat de normale schors-merg-structuur is veranderd in een wat vlekkerige, wolkige verandering in het merggedeelte.

Behandeling
Soms gaat de kreupelheid vanzelf over. De hond belast het kreupele been minder en met wat rustig aandoen verdwijnen de klachten vaak weer vanzelf. Bij ernstige en aanhoudende klachten kan overwogen worden om pijnstillers te geven, waarbij moderne NSAID's de voorkeur verdienen. Soms wordt er als medicatie corticosteroïden voorgeschreven. Deze hebben even wel bij de jonge hond vervelende bijwerkingen, zoals verminderde lengtegroei, vertraagde (kraakbeen) genezing, verminderde afweer etc. Bij het voorschrijven van corticosteroïden aan honden in de groei, moet men zich de nadelen vooraf goed realiseren.


Het lijkt erop dat Enostosis in bepaalde rassen( Duitse Herder ) vaker optreedt. Mogelijkerwijs speelt erfelijkheid hierbij een rol. Hoe de vererving is niet bekend. Snelle groei, overdadige beweging kunnen wellicht invloed hebben op het ontstaan van Enostosis.

Samenvatting
Enostosis is een aandoening van het bot, die de oorzaak kan zijn van kreupelheid in de groeifase bij honden van middelgrote en grote rassen. De diagnose is eenvoudig door palpatie en röntgenonderzoek te stellen. De hond is met rust (eventueel aangevuld met medicijnen) zeer goed te behandelen. Deze aandoening veroorzaakt geen blijvende schade aan het skelet. Al hoewel perioden van pijn gedurende de eerste twee levensjaren kunnen optreden, is het vooruitzicht op uiteindelijk herstel zeer goed.