SCHIJNZWANGERSCHAP

Schijnzwangerschap

 

 

De naam "schijnzwangerschap" is eigelijk niet juist.
De Latijnse naam hiervoor is lactatio abnormalis (abnormale melkproduktie). De hond voelt zich niet zwanger maar denkt dat ze al een nest met pups heeft.
Ze voelt zich dus op en top een moeder. Lichaam en geest van de teef zijn er helemaal op ingesteld om pups te verzorgen. Eigenlijk is het een onschuldige speling van de natuur.
Meestal treedt de "schijnzwangerschap" ongeveer negen weken na de loopsheid op. Dat is het moment dat de teef, als ze tijdens de loopsheid gedekt zou zijn geweest, had moeten werpen. Dus, ondanks zat ze niet zwanger is geweest, reageren lichaam en psyche van het dier toch als zodanig. 
 
Wat gebeurt er: De teef krijgt grotere melkklieren waar inderdaad ook vaak melk uit gemasseerd kan worden of een vloeistof met een andere kleur, van bruin tot bloedrood toe. Dat is de lichamelijke kant ervan die overigens niet altijd aanwezig is. 
Veel belangrijker zijn de psychische verschijnselen: 
  • Het dier wordt onrustig, ze denkt dat ze pups heeft, maar die zijn er niet.
  • Nestdrang: De teef heeft graafneigingen, trekt zich veilig terug onder een stoel of onder de tafel, in een hoekje van de kamer of ook wel op het bed in de slaapkamer. Ze gaat dus duidelijk op andere plaatsen liggen dan normaal.
  • Slepen met speelgoed, pantoffels, sokken, de gekste dingen. Al die zaken ziet de hond als haar pups. Ook overdreven aandacht voor andere dieren thuis of zelfs kinderen is zo te verklaren. Vaak heeft de teef de neiging dit alles tot het uiterste te verdedigen. Oppassen dus.
  • Agressiever tegenover andere dieren bijvoorbeeld bij het uitlaten maar ook als er mensen op bezoek komen. Vanuit de teef bezien volkomen verklaarbaar. Als de teef wordt benaderd denkt ze dat ze haar denkbeeldige pups moet verdedigen en dat kan wel eens gevaarlijker zijn voor iemand die niet weet wat er aan de hand is. In sommige gevallen kan dit leiden tot moeilijkheden zoals het aanvallen van andere honden en af en toe van nietsvermoedende kinderen of andere bezoekers. Dus voor de zekerheid altijd oppassen met een schijnzwangere teef.
  • Schijnzwangere teven eten meestal minder, in een enkel geval zelfs wat meer. Het lijkt logisch dat ze meer zouden eten omdat ze denken dat ze pups hebben, maar toch is meestal het tegenovergestelde het geval. Mogelijk speelt nervositeit hierbij een rol.
  • Uitlaten is voor schijnzwangere honden meer een kwelling dan een plezier. Ze zijn vaak niet naar buiten te branden omdat ze maar steeds in de buurt van hun "nest" willen blijven. Even snel hun behoefte doen kan nog wel, maar dan weer zo snel mogelijk naar huis.
  • Sommige schijnzwangere teven worden erg aanhankelijk, vragen voortdurend aandacht, willen aangehaald worden of op schoot komen zitten, vaak tot op het irritante af.
Een schijnzwangere hond hoeft niet alle hierboven genoemde symptomen tegelijk te vertonen.
De meeste hebben last van twee of drie van deze verschijnselen. De ernst van de psychische uitingen van de schijnzwangerschap kan sterk variŽren.
Soms is de eigen hond helemaal niet meer herkenbaar: in een korte periode is ze helemaal anders geworden. Het komt regelmatig voor dat de eigenaar, nier wetende dat de teef schijnzwangere is, zich erg ongerust maakt en met bange voorgevoelens een bezoek brengt aan de dierenarts.
 
Het is dan een grote opluchting te horen dat de hond alleen maar schijnzwangere is en lichamelijk niets mankeert. 
Schijnzwangerschap kan maanden duren maar gaat nooit samen met loopsheid. het valt niet te voorspellen welke honden het zullen worden en het maakt ook weinig uit of ze al eens een nest gehad hebben. De aandoening komt veelvuldig voor en bij alle honderassen. 
 
Wat kunnen we eraan doen:
 
Afleiding geven is zeer belangrijk bij de behandeling van schijnzwangerschap, meer nog dan de toediening van medicijnen.
 
Laat uw hond op andere tijden en op andere plaatsen uit dan wanneer en waar ze gewend is uitgelaten te worden of ga eens lekker met haar ravotten.
 
Wat u zeker niet moet doen is het schijnzwangere gedrag bevestigen door bijvoorbeeld speeltjes te geven, medelijden te krijgen of agressiviteit te bestraffen. 
Vaak blijkt het nodig om ook nog op andere manieren in te grijpen.
 
Redenen daarvoor kunnen zijn dat de hond zelf veel problemen lijkt te hebben met de schijnzwangerschap of als gevolg ervan overlast veroorzaakt.
Een andere belangrijke reden is langdurige melkgift omdat gebleken is dat de met melkvocht gevulde holten (cysten) op den lange duur kunnen ontaarden in melkkliertumoren (borstkanker). Met andere woorden: teven die telkens weer en langdurig schijnzwangere worden, hebben een grotere kans om kanker aan de melkklieren te krijgen.
Medicinaal ingrijpen kan door toediening van lichte hormonen in de vorm van een tablettenkuur. Ook het gebruik van homeopathische middelen blijkt in een aantal gevallen effectief. Bij hardnekkige gevallen verdient het de aanbeveling de teef te steriliseren. Bij deze operatie worden de baarmoeder en eierstokken verwijderd omdat vooral de eierstokken de boosdoeners zijn bij schijnzwangerschap.